Eilandhoppen op Palawan

De locale bus die ons van Puerto Princesa naar Sabang brengt, is geschilderd in de felle kleuren blauw, geel en rood. Op de bumper hangt in plaats van een kenteken een bordje met ‘God is LOVE.’ Nadat we hadden getankt, alle bagage bovenop het dak stevig vast hadden gemaakt en 1000 stops hebben gemaakt bij lokale winkeltjes om verse producten op te halen, begaven we ons dan eindelijk in een slakkentempo op de kronkelige binnenweggetjes van Palawan in de Filipijnen. Het busje heeft geen dichte ramen en deuren, dus we hebben een natuurlijke airco. En na tien minuten rijden kunnen we al een laagje stof, gemengd met zand van onze voorhoofden vegen. We zitten heel krap tussen de locals gepropt, maar de sfeer is gemoedelijk. Twee kleine jongetjes kijken nieuwsgierig, maar met een verlegen blik naar ons toeristen. Voor ons dommelt een meisje in slaap tegen de chauffeur aan. Tijdens de twee uur durende rit gaat een groen landschap met veel felgekleurde kerken, scholen en bloemen aan ons voorbij. Hier en daar grazen een paar magere koeien en regelmatig moeten we uitwijken voor zwerfhonden die plotseling op de weg opduiken. De zon schijnt en als je heel goed kijkt, zie je in de verte een strookje lichtblauwe zee. Deze rit, deze sfeer; dit is de Filipijnen op haar best.

IMG-20160317-WA0005

Puerto Prinseca
We begonnen onze reis in de Filipijnen twee weken eerder in Puerto Princesa op het eiland Palawan. Twee weken op de Filipijnen is heel weinig, dus besloten we alleen op Palawan te reizen. Al die andere fantastische bestemmingen als Cebu, Bohol en Oslob komen een andere keer wel. 😉 We vinken wat af van onze bucketlist tijdens het reizen, maar nieuwe bestemmingen komen er net zo hard weer bij.

Puerto Prinseca klinkt exotisch, maar is het niet. Wel is het een leuk stadje waar je je prima kunt vermaken. We verbleven er 1 nachtje, om vervolgens door te reizen naar El Nido. Reizen op de Filipijnen is tijdrovend en niet bepaald comfortabel. Voor de reis naar El Nido werden we letterlijk in een mini-van gepropt: wij zaten samen voorin naast de chauffeur en achter ons zaten per rij 5 mensen waar er eigenlijk maar 3 pasten. Niet te vergelijken met de lokale bus die ik eerder beschreef. Ondertussen had ik al een paar dagen koorts en van zo’n krappe, 7 uur durende rit knapte ik niet bepaald op.

El Nido
Via onze guesthouse in Puerto Prinseca hadden we een hostel geboekt in El Nido. We merkten meteen dat we de komende weken iets meer back to basic gingen dan we tot nu toe gewend waren. Er is bijna nergens warm water, elektriciteit is er vaak alleen een paar uur in de avond en de Filipijnen heeft het slechtse internet ter wereld. Op het internet na -zonder Lonely Planet en internet is het lastig plannen- was het niet echt een probleem. Het cliche is waar: op reis merk je pas hoe weinig je als mens nodig hebt. Je past je wel aan. En daarbij: wie heeft er elektriciteit nodig met zulke stranden?

En dan El Nido; wat een fantastische plek! Het is een klein dorpje in het noorden van Palawan en ligt tegen hoge kalksteen kliffen aan. De straatjes zijn voorzien van vele restaurantjes en souvenirshops. De hoofdstraat is versierd met vlaggetjes en op het speelveld kun je elke avond kijken naar een baskelbalwedstrijd van een lokale ploeg. Het is er gezellig toeristisch en vooral s’avonds erg levendig op de straatjes en langs het strand. El Nido gaat in onze top 5 favoriete plekjes in Azië. 🙂

IMG-20160317-WA0009

Naalden en huisartsen
In El Nido kun je heel goed eilandhoppen langs de kust, maar eerst moest ik mij beter voelen. De huisartenpost was zo treurig en vies, maar de dokters heel erg lief en behulpzaam. Omdat de koorts al een paar dagen aanhield, gingen ze voor de zekerheid testen of ik Dengue had opgelopen. Ik had al in geen jaren meer bloed geprikt en was vergeten dat ik stiekem een beetje bang ben voor naalden in combinatie met aderen. En met een beetje bang bedoel ik dus hysterisch hard huilen en bijna flauwvallen. Het was niet mijn bedoeling mij zo aan te stellen, maar kon het niet helpen. Ik voelde me zo beroerd en was even helemaal klaar met alles. En dat de ruimte zo smerig was en de dokters gewoon in joggingsbroeken liepen, hielp ook niet echt. Stom backpacken. Stom eten-waar-ik-niet-tegen-kan. Stomme koorts. Stom alles. 😉 Gelukkig had ik geen Dengue en moest proberen uit te zieken. Mocht de koorts aanhouden, moest ik terugkomen, maar dat was gelukkig niet het geval. Een gewoon griepje krijg je blijkbaar ook in tropische temperaturen.

Eilandhoppen
We bleven dus wat langer in El Nido, wat we helemaal niet erg vonden. Onze tips: Las Cabanas en Napcin beach zijn echt prachtige stranden! Gil en ik vervelen ons snel op een strand, maar dat was hier helemaal niet het geval. Aan het uitzicht heb je al genoeg. Na een paar dagen strandhangen en uitzieken, gingen we dan eindelijk eilandhoppen. Voor ongeveer 18 euro per persoon kun je een tour doen langs de eilanden. We kozen heel random voor tour C en hadden de beste dag ooit. De zee is daar wel wild, dus je moet tegen het geweld van de hoge golven kunnen. Vaak kon de boot niet helemaal aan land komen, dus moest je zelf nog een stuk zwemmen. Echt, wat kan de zee toch gevaarlijk zijn! Met duikbril, snorkel en zwemvest (diploma A en B leken mij opeens niet meer voldoende) sprongen we op goed geluk in de zee. Vooral Secret Beach was een uitdaging: je moest door een klein gat in een rotsformatie zwemmen. En dan goed timen dat er geen hoge golf aankwam… wat voelden wij ons stoer toen het gelukt was, haha. De eilanden van de Filipijnen worden vaak gebruikt als locaties voor programma’s als Expeditie Robinson en dat snap ik helemaal. Wat een paradijs, ik raak er niet over uitgepraat. Soms kon ik niet geloven dat er dus echt plekken op aarde zijn waar het water nog zo helderblauw is, het zand zo zacht is en waar je koraal ziet in zoveel prachtige kleuren. We hebben nog nooit zoveel gesnorkeld en zoveel moois onder water gezien. Happy us!

IMG-20160317-WA0004

Port Barton
Na El Nido was het plan om naar Coron te varen. We hadden de kaarten al meteen bij aankomst gekocht, maar ik had er 1 dag voor vertrek een naar gevoel bij. Tien uur lang op een klein bootje op die wilde zee… na wat research op internet bleek dat die bootrit echt hell on earth is, als we de recensies mogen geloven. Motoren vallen regelmatig midden op zee uit en de boten in de Filipijnen zijn niet veilig genoeg. We besloten de gok niet te wagen en vertrokken naar Port Barton. Een ienieminie, slaperig dorpje met nog minder elektriciteit, maar met prachtige zonsondergangen en met rum-cola voor 1,50. Die combinatie werkte prima voor ons. 😉 En ook: hier hebben we de meest heldere sterrenhemel van onze trip gezien. Ik had het gevoel de sterren zo uit de lucht te kunnen pakken.

Door onze gecancelde trip naar Coron hadden we tijd over op Palawan. We besloten nog naar Sabang te gaan en de laatste dagen op Puerto Prinseca door te brengen. Eenmaal op Sabang bleek dat er geen pinautomaten waren en aangezien die er in de vorige dorpjes ook niet waren, was ons geld op. De dichtsbijzijnde was twee uur verderop in Puerto Prinseca dus konden we weer de mini-van in richting de hoofdstad. Daar bleven we een nachtje, om vervolgens met de lokale bus (zie alinea 1 😉 ) weer terug naar Sabang te reizen. Een rit die veel relaxter en interessanter was dan de vorige ritjes met de mini-vans. Soms moet je je gewoon even tussen de locals mengen. Heel gek dat zo’n simpele rit je het meest kan bijblijven.

IMG-20160317-WA0003

Verrassing
In Sabang ontdekten we The Underground River en mango smoothies met rum. Jep, ze gooien hier overal rum in. In de laatste dagen Puerto Prinseca gingen we weer eilandhoppen om te snorkelen, bezochten we de krokodillenfarm en vlindertuin en vierden we mijn verjaardag. Ik was zo blij met alle (video)felicitaties van het thuisfront, superlief! 🙂 Blij dat niemand mij vergeten is. De Filipijnen was de grootste verrassing op onze reis tot nu toe. De temperatuur is er het fijnst, het zand het zachts, het water het blauwst, maar vooral de mensen het liefst. O ja, en de kindjes het schattigst.