First stop: Bangkok

Daar stonden we dan 20 november. Eindelijk begint onze reis! Met een iets te grote mond stond ik iedereen te vertellen dat ik er zoveel zin in had (waar ook niks aan gelogen was), maar met een heel afscheidscommite aan ons zijde was het toch allemaal wel even lastig. Bij het afscheid nemen kwamen de tranen en hielden daarna ook niet meer op. Althans, voor mij dan. Gilbert had er minder moeite mee. Ik wou het liefst zo snel mogelijk het vliegtuig in, in de hoop dat het vakantiegevoel weer snel zou komen opborrelen. Gelukkig konden we snel boarden en ondanks dat ik nog met een knoop in mijn maag de lucht in ging, was de vlucht zelf heel relaxed. Filmpje, dekentje, biertje. De vlucht was gelukkig zo om.

Zoals de meeste backpackers die door Zuid-Oost Azie reizen, begon ook onze reis in Bangkok. We hadden thuis al besloten dat we hier een hotel zouden nemen om onze reis rustig te beginnen, maar na een paar uur hadden wij al door dat dit niet ging gebeuren. Het kan komen doordat we voor het eerst in aanraking komen met een grote Aziatische stad (en we dus nog niks gewend zijn), maar de hoofdstad van Thailand oogt vies, chaotisch en het stinkt er enorm. Bij aankomst worden we al vrij snel aangesproken door een paar locals die ons maar al te graag de weg naar ons hotel willen wijzen. Na alle verhalen die we van te voren al hadden gehoord en gelezen over Thaien (is dat een woord?) die je proberen op te lichten weten we eigenlijk niet zo goed wat te doen.

Bedoelt ‘ie het goed of niet? Maar we besloten al snel dat dit onderdeel is van het hele avontuur en dus stapten we toch maar in een taxi. Achteraf bleek inderdaad dat we teveel hadden betaald, maar ach, dat is dan maar zo… De hele ‘ Go with the flow’ -houding, daar moet nog aan gewerkt worden bij ons. 😉

Ons hotel lijkt te staan in een donker, vies straatje waar we uit ons zelf nooit in zouden lopen. Maar loop je even verder en dan staat daar een prima hotel met een gezellige sfeer en vriendelijk personeel. En zo is het eigenlijk met alles hier, de stad is veelzijdig en heeft vele kanten. Het ene moment loop je in een steeg met alleen maar afvalzakken, toeterende scooters die je bijna omver rijden en struikel je over mensen die op straat slapen. Sla je de hoek om, dan stap je middenin de gezelligheid met muziek, kraampjes met streetfood en straatartiesten. Koh San Road, het welbekende backpackerswalhalla, is (nog) niet helemaal aan ons besteed. Het Lloret de Mar van Thailand staat vol met hippe bars gericht op Westerse toeristen en hoewel ik mij helemaal kan voorstellen dat het ideaal is om hier mede-backpackers te ontmoeten, hebben wij daar nog helemaal geen behoefte aan. Eerst maar eens wennen hier!

Uiteraard ontkomen we niet aan de toerischtische attracties en zo hebben we ook een rondje langs de tempels gedaan: Wat Pho, Wat Arun en Wat Traimit. Allemaal even goud, kitsch, maar vooral erg indrukwekkend! We treffen het sowieso qua reisperiode in Thailand, want de bevolking bereidt zich voor op Loy Kathrong (lichtjesfestival op 25 november, waarbij ze lampionnen de lucht in laten) en dus zijn vele delen van de stad versierd met lampionnen en zijn er overal (extra) kraampjes met eten, kleding en sieraden. Supermooi om te zien.

Na drie dagen beginnen we al een beetje te wennen aan de Aziatsche cultuur (zelfs het extreem hete Thaise streetfood hebben we aangedurfd) en begint het besef dat we het komende half jaar van huis zijn langzaam in te dalen. Hoewel ik de eerste dag echt lichte paniek voelde opborrelen bij dat idee, merk ik dat dat gevoel compleet verdwijnt als ik zie wat voor moois we allemaal te zien krijgen. Bangkok is tof en we hebben onze ogen uitgekeken, maar we hebben toch wel heel erg veel zin om verder te reizen en echt meer te gaan backpacken. Morgenavond vertrekt onze bus richting Chiang Mai, waar we Loy Kathrong gaan vieren en olifanten gaan verzorgen. En daarna… who knows! 🙂 Tot snel!