Java: van Jakarta naar Malang

We zijn in Indonesië! Alweer meer dan drie weken geleden pakten we een vlucht van Singapore naar Jakarta. Meteen bij aankomst op de luchthaven werd Gilbert aangesproken in het Bahasa door een taxichauffeur. Toen hij vervolgens met een onwetende blik nee schudde, snapte de man er helemaal niks van. En dit gebeurt dus dagelijks een keer of tien. Gilbert lijkt een van hen, en ze denken echt dat hij een grapje met ze uithaalt als hij vertelt dat hij uit Nederland komt. Het levert veel gegiechel en verbaasde blikken op, en Gilbert moet zijn hele stamboom tot in detail uitleggen aan de locals. Ze vinden het superinteressant.

Stank en verkeer
In Jakarta schrokken wij ons kapot. De stad is grauw, de smog hangt dik in de lucht en elke centimeter van de wegen lijkt gevuld met auto’s en scooters. Zoo druk! De eerste keer oversteken kostte ons een half uur, omdat we gewoon echt niet durfden. De truc is om je hand op te steken en gewoon te gaan. Hopen dat je de overkant haalt. We hebben de ‘old town’ van Jakarta verkend, wat nog best leuk was. We mochten het historische museum voor 20 eurocent per persoon in en zo kregen we een mini geschiedenislesje over Jakarta.

Ik had heel veel moeite met de toch wel arme en vieze wijken in de stad. Als je thuis gewend bent afval te scheiden in wel vijf verschillende soorten bakken en op allerlei soorten manieren goed voor het milieu probeert te zorgen, dan is het bizar om te zien dat aan de andere kant van de wereld het gewoon in grote hopen in de rivier belandt. En dat daar dan kleine kinderen tussen spelen. Ik moest mijn naïeve beeld van Indonesië, die in mijn hoofd alleen bestond uit strand, palmbomen en rijstvelden, behoorlijk bijstellen.

Bogor
Na Jakarta wisten we eigenlijk helemaal niet waar we naar toe wilden, dus we gokten op Bogor. Een klein stadje, waar de botanische tuinen de moeite waard zijn. Daar waren we net een dag, toen we hoorden dat er aanslagen waren in Jakarta… Een dag terug liepen we nog in dezelfde straat, dus wat dat betreft hebben we echt geluk gehad. De dagen erna waren we toch wel onder de indruk van het feit dat er zo dichtbij allemaal enge dingen gebeuren… moeten we ons nu bang laten maken? We besloten van niet.

Met de aanslagen licht in ons achterhoofd, hebben we toch een paar leuke dagen in Bogor gehad. We deden een hele toffe dagtour langs de dorpjes tussen de rijstvelden. Onze gids Adang, liet ons zien waar verschillende soorten fruit groeide, waar ze nootmuskaat pellen en hoe ze te werk gaan op de rijstvelden. We zwommen bij een mooie waterval in het natuurpark en zagen superveel aapjes bij elkaar. Als blanke toerist voelde ik de nieuwsgierige blikken van de locals en Adang vertelde dat ze mij een ‘bule’ noemen. Een buitenlander met een witte huid. 😉 Terwijl we op hun terrein liepen, voelden we ons een beetje indringers. Toeristje spelen is dan raar; met je hightech camera beetje plaatjes schieten van hun hutje bestaande uit niet meer dan een paar golfplaten. Het contrast is groot en ik vind dat weer ongemakkelijk… Gelukkig vinden de mensen het zelf heel leuk en zijn ze gastvrij. “Hellooo missss, how are you today?”

rps20160207_230213_wm

Bandung en Pangandaran
In een krappe bus vertrokken we richting Bandung; een stad waar we niet zoveel aan vonden. We zijn er uiteindelijk alleen gebleven, om vanuit daar Kawah Putih (kratermeer) te bezoeken. Daarna reed onze gids ons rond in de omgeving en zagen we theeplantages en mochten we aardbeien plukken op een boerderij. De man was meer een chauffeur dan een gids en kon ons amper iets vertellen over de omgeving en wist ook niet echt wat hij met ons aan moest. Uiteindelijk verzochten we hem om ons maar eerder bij het hotel af te zetten. Dit ging ‘m niet meer worden, jammer!

In de hoop dat de bewolking van afgelopen weken weg zou trekken, gingen we vervolgens naar Pangandaran: een kustplaatsje met schijnbaar de mooiste stranden van Java. Helaas hadden we veel regen, was de zee te wild om te zwemmen en zagen we door al het plastic ook niet echt de schoonheid van het strand. 😉 Met potjes Yahtzee en biertjes drinken brachten we onze dagen door. Op naar Yogyakarta!

Prambanan en Borobodur
Wat waren Bandung en Pangandaran zonde van onze tijd als je het vergelijkt met Yogykarta. We wisten niet waar we moesten beginnen: musea, batikshops, paleizen en natuurlijk de Borobodur en Prambanan. Die laatste twee maakten alle verwachtingen waar. We zagen de zonsopgang bij de Borobodur, wat een van de hoogtepunten van onze reis was. In Azië loop je het risico snel tempel-moe te worden, maar de Borobodur is by far onze favoriet.

Wat waren wij blij dat we extreem vroeg naar de Borobodur waren gegaan, want om 6:00 uur kwamen duizenden toeristen met evenveel selfiesticks de tempel binnen. Later bij de Prambanan hadden we dus wel ‘last’ van de drukte, want je kon amper lopen. Hoewel ik al eerder in Indonesië op de foto ben gezet, was het bij de Prambanan helemaal bizar. Ik werd door scholieren geïnterviewd en moest vervolgens met ze op de foto. Daarna ook met complete gezinnen. Ik zou een hele slechte celebrity zijn, want ik werd er heel zenuwachtig van, haha.

rps20160207_230122_wm

Indrukken
Na Yogyakarta vertrokken we naar Malang om daar onze tours richting de Bromovulkaan en Kawah IJen te regelen. Maar zij verdienen een eigen blog, dus dat komt later. 🙂

Terwijl Gilbert zich meteen thuis voelde in Indonesië, had ik het de eerste week niet helemaal naar mijn zin. Ik was sowieso onder de indruk, maar wist niet helemaal of het positief of negatief was. Vergeleken met Thailand, Maleisië en Singapore is Indonesië ‘echter’. Minder verbloemd door toerisme en op een of andere manier miste ik de aanspraak van andere backpackers. Na een weekje wennen aan de locals, de langere afstanden en de regenbuien, is het helemaal goed gekomen. 😉 Snel weer een update, beloofd!