Singapore: een groot pretpark

Je kent het wel; een dagje pretpark met de familie. De weggetjes zijn netjes schoon, de grasvelden supergroen en aangeharkt en de borden met pijltjes vertellen je precies waar je moet zijn. Je weet niet waar je moet kijken of beginnen, want alles oogt groots en je ziet overal lichtjes. Je hebt meteen door dat je even in een andere wereld bent. Dat was voornamelijk ons gevoel bij de eerste blikken aan Singapore. Zo anders dan wat we tot nu toe in Azië gezien hebben. En ook weer zoveel moderner dan wat we in Nederland gewend zijn.

Cultuurshock
Voordat we zes weken in Indonesië zouden verblijven,  wilden we graag nog naar Singapore. Een erg duur land, dus we besloten een weekend naar de hoofdstad te gaan. We boekten van te voren een hostel, en zelfs dat was duur. Voor Azatische begrippen dan. We betaalden 30 euro per nacht voor een plekje op een slaapzaal, terwijl we normaal voor 15 euro per nacht wel een eigen kamer hebben. De reis er naartoe was dan wel weer spotgoedkoop. Met de bus vanuit Melaka betaalden we slechts 5 euro per persoon voor een busreis van 4 uur. Tja, daar kom je vanaf Rotterdam met de NS niet eens bij Gouda…bizar! Bij de grens moesten we even de bus uit om een stempeltje in ons paspoort te halen en toen mochten we weer verder.

Meteen toen we het land binnenreden hadden we niet meer het idee dat we in Azie waren. Zoals al eerder gezegd: alles is zo netjes. En strak. En ze rijden hier gewoon binnen de lijntjes op de wegen. En ze stoppen gewoon voor het rode stoplicht. En het zebrapad heeft hier een functie. En alles is in het Engels! Wat we ook meteen gaaf vonden: een mix van hoge, moderne gebouwen met genoeg groen aan parkjes en tuinen. Hier hadden we even zin in: een mini getaway van Azië in Azië. 🙂

Boetes
De netheid en structuur in dit land is niet zomaar ontstaan. Van te voren hadden we namelijk al gelezen dat Singapore het land van de boetes is. Kauwgom is verboden (600 euro boete) en spugen op straat ook (100 dollar). Waag het ook niet om roekeloos over te steken (300 euro), te eten in de metro of op het station (500 dollar) en om na je toiletbezoek niet door te spoelen (300 euro).

Het zijn in principe allemaal overtredingen die we eigenlijk in het westen ook niet normaal vinden, maar waar ze hier blijkbaar veel strenger in zijn. En het werkt blijkbaar, want de straten (en toiletten 😉 ) zijn brandschoon. Of het betreft de boetes echt allemaal zo heftig is (of alleen maar bangmakerij), wisten we niet, maar we durfden geen risico’s te nemen. En dus staken we netjes over op de daarvoor bestemde plekken, keken we goed uit of we niets lieten slingeren op straat en wachtten we netjes achter de lijnen (eerst de inzittenden eruit, ook dat is een regel!) voordat we de metro instapten.

Marina Bay
De dag dat we aankwamen zijn we in de avond meteen naar Marina Bay gegaan. Een boulevard aan de Singapore river waar onder andere het superluxe resort Marina Bay Sands staat. Het hotel, drie grote torens met daarboven een schip, is al een attractie opzich. Veel te mooi, veel te luxe en veel te duur voor backpackers. Wel heel gaaf om te zien. Het hele gebied rondom Marina Bay vonden wij sowieso heel indrukwekkend. De hoge kantoorgebouwen, het Marina Bay Sands hotel en het reuzenrad vormen een fantastische skyline. En voor het thuisfront: don’t worry, de skyline van 010 blijft het mooist. 😉 We troffen het, want die avond was er live muziek bij een openluchttheater aan het water en besloten daar even te blijven zitten. In een gezellige drukte vergaapten we ons aan de zon die langzaam onderging, en plaatsmaakte voor de kantoorlichtjes van de hoge gebouwen en sfeerverlichting langs het water.

Tuinen
Hoewel wij de stad helemaal niet als te druk hebben ervaren, zijn er de botanische tuinen voor als je even wil ontsnappen aan verkeer en beton. Wij liepen de volgende dag in de bloedhitte rond te dwalen tussen bomen en planten waar we totaal geen verstand van hebben. Maar dat maakte niet uit, want het was -ik weet het, het wordt eentonig- ook weer supermooi. Relaxed, gezellig en ook weer extreem netjes. Soms hoop je zelfs op een verdwaald blikje op de grond, maar nee hoor, op een foutje kun je Singapore niet betrappen.

En dan heb je nog Gardens by the bay: een futuristisch park met kunstbomen, waarmee de stad -en ik quote hierbij Wikipedia, want mij ontbreken de woorden het goed te omschrijven- “een stad in een tuin wil worden, in plaats van een tuinstad. Met als doel om de kwaliteit van leven te verhogen door het verbeteren van groen en fauna in de stad. ” Tja, het is bizar om te zien, die metershoge neppe bomen in allerlei gekke kleuren. Maar je gaat er inmiddels wel in geloven, dat fijne leefklimaat in de stad. Singapore overtuigt ons in ieder geval wel. 🙂

Sentosa
Voor als alles te duur is (zoals bij ons het geval was), ga je een dagje naar Sentosa. Dit eiland van Singapore kun je bereiken met de hippe kabelbaan, of via de loopbrug om geld te besparen. Eenmaal daar voel je meteen de eerdergenoemde pretpark-vibe en vind je Universal Studios, chocoloade- en snoepwinkels, waterpretparken, tuinen, bioscoop en het strand. Zonder ergens entree voor de betalen was er al meer dan genoeg te zien. Zeker niet overslaan dus!

Nu zijn we in Indonesië en is alles het tegenovergestelde. Als ik al deze nieuwe indrukken op me in heb laten werken, komt er een nieuwe blog… tot snel! X